Onderwijssysteem | Niveaus van opleiding

Het Nederlandse onderwijssysteem is anders dan u gewend bent. Er zijn verschillende niveaus die opleiden naar verschillende beroepen. Op deze pagina vindt u hier meer informatie over.

Het onderwijssysteem in Nederland is op 2 manieren verdeeld.

⇒ Voor leeftijdsgroepen:
* basisschool (tot ongeveer 12 jaar)
* middelbare school (high school), van 12 tot 16, 17 of 18 jaar

⇒ Vervolgonderwijs na de middelbare school: op niveau: mbo (ROC), hbo (HAN University of Applied Sciences) of de universiteit (Radboud Universiteit).

Middelbare school

Na de basisschool kunnen kinderen doorstromen naar 4 niveaus van het middelbaar onderwijs. Van het laagste naar het hoogste niveau zijn dit:

⇒ Praktijkonderwijs (mogelijk tot de 18e verjaardag)
⇒ Vmbo (4 jaar, logisch niveau voor hierna is mbo)
⇒ Havo (5 jaar, logisch niveau voor hierna is hbo)
⇒ Vwo (6 jaar, logisch niveau voor hierna is wo - wetenschappelijke universiteit)

Na de middelbare school: Vervolgonderwijs

Er zijn 3 niveaus vervolgonderwijs:

Niveau Mbo Hbo Wo
De afkorting staat voor

Middelbaar beroepsonderwijs

Hoger beroepsonderwijs Wetenschappelijk onderwijs
School in Nijmegen ROC Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) Radboud Universiteit
Vooropleiding Vmbo, havo of vwo Mbo, havo of vwo 1e jaar hbo (bachelor, propedeuse) of vwo
Duur 1-4 jaar Meestal 4 jaar Meestal 4 jaar
Diploma mbo-diploma (niveau 1, 2, 3 of 4) bachelor na 3 jaar bachelor, dan een of meer jaar master
Inhoud

Niveau’s 1, 2, 3 en 4

   
Leeftijd van de meeste studenten 16-20 jaar 17-21 jaar 18-22 jaar
Inhoud De opleiding is praktijkgericht. Je leert wat je tijdens een beroep moet doen. Tijdens de opleiding leert u kennis toepassen. U leert abstract en theoretisch denken.
Doel De opleiding is beroepsgericht. U wordt opgeleid tot 1 specifiek beroep. U wordt opgeleid tot een beroepsgroep. Dit kunnen uitvoerende maar ook leidinggevende functies zijn. Na de opleiding kunt u beroepen uitoefenen, maar ook onderzoeker worden, leidinggeven, of werken in bestuurs- en beleidsfuncties.
De lessen

> Er zijn veel verplichte lesuren.

> De lessen vragen minder voorbereiding dan op het hbo en de universiteit: u krijgt de stof aangereikt tijdens de lessen.

> U krijgt veel uitleg en begeleiding.

> De stof wordt meer herhaald dan op het hbo.

Op het hbo leert u tijdens colleges en werkgroepen. U krijgt les in kleinere groepen dan aan de universiteit. Het tempo ligt hoger dan op het mbo. U moet veel opdrachten uitvoeren. Op de universiteit krijgt u vaak hoorcolleges in grotere groepen. Een universitaire opleiding vraagt discipline. U moet zelf studeren. U krijgt vrijheid om keuzes te maken in het studieprogramma.
Leert u in de praktijk? Tijdens de opleiding loopt u veel stage. Dat betekent dat je leert bij een bedrijf of instelling. Het lijkt op werk. Op uw stageplek krijgt u veel begeleiding. Een aantal periodes tijdens de opleiding loopt u stage op een werkplek. Tijdens de stages heeft u veel eigen verantwoordelijkheid. Stages maken een klein deel uit van de opleiding. De opleiding eindigt u met het doen van onderzoek en het schrijven van een thesis. Soms doet u dat in opdracht van een organisatie.
Voorbeeld-beroepen administratief medewerker, timmerman, verpleegkundige, verkoopmedewerker, treinmachinist, verpleegkundige, automonteur, kok, onderwijsassistent hoofdverpleegkundige, manager van een afdeling, communicatie-medewerker, technicus (engineer), hoofdmonteur, autotechnicus, wiskundeleraar, leraar Engels op de middelbare school. arts, onderzoeker, communicatie-adviseur, psycholoog, mediadeskundige, antropoloog, bestuurder/manager, geschiedkundige, islamoloog, bioloog, wiskundige.

Toelating tot hbo en universiteit als u ouder bent dan 21 jaar

Als u ouder bent dan 21, en u heeft geen vwo- of hbo-diploma, kunt u soms een aantal toelatingsexamens doen om toch te kunnen studeren aan het hbo of de universiteit. Dit heet het colloquium doctum. Het is geen makkelijke toelatingstest. U moet zich er goed op voorbereiden.

Informeer altijd bij de opleiding van uw keuze wat de toelatingseisen zijn. Vaak zijn er aanvullende eisen. U moet dan voorkennis van bepaalde vakken hebben. Ook hebben Nederlands- en Engelstalige opleidingen vaak taaleisen.

Meer informatie

Het Nuffic heeft een publicatie met een uitgebreide beschrijving van het onderwijssysteem.